Koolhydraten en suiker

De termen “koolhydraten” en “suiker” worden vaak door elkaar gehaald. Ze betekenen echter niet hetzelfde. Of toch wel?

Letterlijk betekent de term koolhydraat: een stof bestaande uit koolstof en water. Daarnaast bevatten koolhydraten ook zuurstof. Er bestaan veel verschillende koolhydraten, maar voor allemaal geldt deze basissamenstelling. Het verschil wordt bepaald door het aantal koolstofatomen in de afzonderlijke moleculen. Zo kan voor koolhydraten de volgende indeling worden gemaakt:

Monosachariden
Dit zijn de eenvoudigste koolhydraten. Ze kunnen direct door het lichaam worden gebruikt. De voornaamste monosachariden in onze voeding zijn: glucose, galactose en fructose.

Disachariden
Dit zijn twee monosachariden aan elkaar. Ze moeten door het lichaam eerst uit elkaar worden gehaald, voordat ze kunnen worden gebruikt. Bij sommige aandoeningen is dit niet mogelijk (bijvoorbeeld lactose-intolerantie). De bekendste disachariden in onze voeding zijn:
- sucrose, ofwel “gewone” suiker: dit bestaat uit glucose+fructose
- lactose, afkomstig uit melk: dit bestaat uit glucose+galactose

Suikers
Monosachariden en disachariden hebben een zoete smaak. Ze worden tezamen ook wel “suikers” genoemd.

Oligosachariden
Bij oligosachariden zitten nog meer monosachariden aan elkaar, in totaal 3 tot 9. Voorbeelden zijn:
- maltodextrine (verteerbaar in de dunne darm)
- fructo-oligosachariden (niet verteerbaar in de dunne darm)

Polysachariden
Bij 10 of meer monosachariden aan elkaar spreekt men van polysachariden. Deze kennen we vooral als zetmeel; dit is verteerbaar in de dunne darm. Veel polysachariden zijn echter niet verteerbaar in de dunne darm, dit zijn bijvoorbeeld cellulose en pectine.

Niet-verteerbare koolhydraten
De niet-verteerbare koolhydraten worden ook wel “voedingsvezel” genoemd. Op het etiket van levensmiddelen tellen ze niet als koolhydraten.

Polyolen
Polyolen zijn ook koolhydraten, maar dan met een iets andere samenstelling dan hier beschreven. Bekende polyolen zijn sorbitol en xylitol. Ze hebben een zoete smaak en kunnen gedeeltelijk worden verteerd in de dunne darm.

Energetische waarde
Alle koolhydraten leveren energie, dus calorieën. De hoeveelheid is echter verschillend:
- Standaard geldt 4 kilocalorieën per gram
- Voor polyolen geldt 2,4 kilocalorieën per gram
- Voor vezels geldt 2 kilocalorieën per gram

Conclusie
Het antwoord op de vraag aan het begin: de termen "koolhydraten" en "suikers" betekenen niet hetzelfde. Onder suikers verstaan we bepaalde typen koolhydraten, namelijk mono- en disachariden.

Bronnen: Handboeken over voeding; Europese wetgeving.
Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.